En bij ‘t lengen van de dagen verzamelden zij op het kasteel. Van heinde en verre kwamen zij. Lange en kleine mevrouwen. Blonde, bruine en rosse. Dames op leeftijd en jong geweld. Regeltantes, tetterwijven en giechelkonten. Madammen van ’t stad, madammen van den buiten en andere madammen. Allemaal zonder meneer. En zij deden wat vrouwen doen, onder elkaar op een kasteel. En dat was zo plezant dat het kasteel begon te stralen. En nog meer vrouwen zich aandienden en nog meer en nog meer. Tot het kasteel overliep en al dat vrouwelijks de wereld instroomde… Schoon zicht, zei zij die boven zat te wachten blij.

 

Voor vrouwen allerhande; we streven naar een mix in leeftijden en (professionele) bezigheden. Vrouwen die zin hebben in rust en tijd om zich in een mooi kader met andere vrouwen te verbinden rond vrouwenzaken, zich onder te dompelen in vrouwendingen en zo doende  -wie weet- voedingsbodem te vormen voor meer vrouwelijkheid in de wereld….